Nieuws
16/02/2007
Brief aan leden Tweede Kamer Op 16 februari heeft het Centraal Brouwerij Kantoor bijgaande brief aan de leden van de Tweede Kamer gestuurd.Het Centraal Brouwerij Kantoor (CBK) heeft met belangstelling kennisgenomen van het Coalitieakkoord 'Samen Werken, Samen Leven' van 7 februari jl. Graag reageert het CBK mede namens de Nederlandse brouwers op dit Coalitieakkoord. Het toekomstige kabinet werkt zijn toekomstvisie op de samenleving uit via 6 pijlers. Ons inziens dragen de brouwers bij aan de verwezenlijking van die pijlers:
Hieronder gaan wij nader in op enkele thema’s, genoemd in pijler 6, die de brouwers rechtstreeks raken.
Kern van beleid: bestrijden van misbruik
Wij beginnen met het onderkennen van het feit dat ongeveer 5% van de Nederlanders niet verantwoord met ons product omgaat. Daaruit kan dus worden geconcludeerd dat 95% dat wel doet! De oorzaak van 5% misbruik schuilt niet in het product, maar in de consument. Degenen die alcohol misbruiken, doen dat veelal om hun problemen “weg te drinken”.
Het drinkgedrag van een minderheid van de jongeren onder 16 (2) baart de Nederlandse brouwers zorgen. Niet-drinken onder de 16 is de norm die wij nadrukkelijk uitdragen o.a. via de bij pijler 5 genoemde werkgroep. Uit Iers onderzoek blijkt dat ouders die toestaan dat hun kinderen onder de 16 drinken, dat deels doen uit “schuldgevoel” over de invulling van hun ouderschap c.q. deels uit onkunde (3).
Bier draagt, mits verantwoord gedronken, bij aan de sociale cohesie (“Samen Leven”). Dit aspect wordt in veel onderzoeken volstrekt onderbelicht. In onderzoeken waarin de kosten samenhangend met onverantwoorde consumptie centraal staan, wordt veelal alles op alles gezet om een zo hoog mogelijke “schade” te berekenen. Een onderzoek dat geen rekening houdt met positieve aspecten geeft een scheef beeld. Uit tal van onderzoeken blijkt dat een matige consumptie een bijdrage kan leveren aan het voorkomen van hart- en vaatzieken, diabetes type 2 en andere veel voorkomende aandoeningen (4).
Geen reclame voor 21.00 uur op radio en TV
Het kabinet schrijft dat preventie een aandachtspunt vormt in de 6e pijler. Eén van de voorgestelde maatregelen binnen die pijler is een reclameverbod voor alcoholhoudende dranken voor 21.00 uur op radio en tv.
Wij zijn van mening dat een (partieel) reclameverbod geen bijdrage zal leveren aan het voorkomen van alcoholmisbruik. Wij werken al jaren aan interventies die wél werken, zoals toegelicht bij pijler 5 hierboven. Daarnaast zorgen wij voor reclames die voldoen aan de maatschappelijke wensen. Reclame voor alcoholhoudende dranken wordt namelijk al sinds 1978 onderworpen aan de regels van de Code voor alcoholhoudende dranken (de Code). De Code is opgesteld in samenspraak tussen overheid en bedrijfsleven. De – onafhankelijke - Reclame Code Commissie (RCC) is ingesteld om de naleving van de Code te monitoren. De Code is de strengste van Europa, de enige die voldoet aan alle gestelde criteria (5).
Bovendien zij gemeld dat de uitgaven voor reclame voor alcoholhoudende dranken al jaren een zeer constant beeld vertonen, ongeveer 4% van de totale Nederlandse reclame-uitgaven. Reclame zet niet aan tot meer consumptie. Reclame beoogt de merkvoorkeur te beïnvloeden. Sinds 1979 daalt de consumptie van alcoholhoudende dranken. Van 9,4 liter pure alcohol (lpa) per hoofd in 1979 naar 7,8 lpa in 2005 (-17%). De wijnconsumptie (waarvoor nauwelijks wordt geadverteerd) is in die jaren gestegen van 12 naar 20 liter per hoofd (+ 67%).
In de Code zijn 11 van de 35 artikelen gewijd aan het voorkomen van reclame gericht op minderjarigen. Zo mag geen reclame worden uitgezonden indien het publiek voor meer dan 25% uit minderjarigen bestaat. Er is nooit een klacht ingediend tegen overtreding van deze regel bij de RCC. Gezien het voorgaande verdient het daarom aanbeveling voordat een dergelijk verbod wordt afgekondigd, eerst wetenschappelijk onderzoek - in overleg met alle betrokkenen - te laten verrichten naar de vraag of reclame van invloed is op het drinken van meer alcoholhoudende dranken en nog specifieker of reclame bijdraagt aan een toename van alcoholmisbruik. In Nederland is een dergelijk verband nooit wetenschappelijk aangetoond.
Alcoholmisbruik en reclameverboden
De bestrijding van misbruik in landen met een wettelijk reclameverbod laat zeer te wensen over. Frankrijk is sinds 1991 een van de weinige EU landen met een totaal reclameverbod op radio en TV. Een van de gevolgen van dat verbod is dat er in dat land nadien relatief weinig is geïnvesteerd in het bestrijden van misbruik. Een ander voorbeeld is Zweden. Uit de totstandkoming van de EU Alcohol Strategy (6) blijkt dat dit land zijn alcoholbeleid naar de rest van Europa wil exporteren. Zweden telt de hoogste niet-geregistreerde alcoholconsumptie van Europa (6). Zweedse consumenten blijken er een volstrekt ander drinkgedrag op na te houden dan consumenten in andere Europese landen, zoals iedereen weet die wel eens een veerboot of een buitenlands vakantieoord heeft bezocht met veel Zweden.
Een repressief beleid dat stoelt op de uitgangspunten van de “Alcohol Control Policy”(7), leidt tot “Scandinavische gedrag”. Daarmee wordt geen “dialoog met burgers en organisaties” nagestreefd en wordt geen beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Tenslotte zij in dit kader vermeld dat op dit moment in nagenoeg alle EU landen de reclame voor bier via zelfregulering is geregeld. Van de 27 lidstaten kennen 17 landen geen enkele wettelijke beperking voor reclame voor bier op TV en 18 landen geen enkele wettelijke beperking voor reclame voor bier via de radio.
Leeftijdsgrenzen
Het kabinet is voornemens om de controle op de handhaving van de leeftijdsgrens bij verkoop van alcohol te verscherpen. De brouwers zijn hiervan een groot voorstander, getuige onze medewerking aan de campagne: “geen alcohol onder 16”. Wij bepleiten om daarnaast ook de jeugdige koper strafbaar te stellen.
Wij hebben bovendien sinds eind 2001 gepleit voor het opzetten van een breed samengestelde werkgroep Alcohol en Jongeren. Dit verzoek is herhaaldelijk door VWS afgewezen, maar uiteindelijk is deze werkgroep in mei 2004 tot stand gekomen. Alleen met álle stakeholders kan het tij worden gekeerd!
Uit het bovenstaande blijkt dat de Nederlandse brouwers een evenwichtig alcoholbeleid (8) nastreven. Wij hebben in de afgelopen jaren een aantoonbare rol gespeeld om dit evenwichtige alcoholbeleid mede vorm te geven. Die rol willen wij gaarne continueren.
Accijnsverhoging op alcoholhoudende dranken
Het kabinet is van plan de inkomsten uit accijns op alcohol en tabak te verhogen met 200 miljoen euro. Wij kunnen uit het coalitieakkoord niet opmaken of deze maatregel bedoeld is als een zuiver dekkingsinstrument, of voortspruit uit de misvatting dat een accijnsverhoging invloed heeft op het terugdringen van misbruik van alcoholhoudende dranken.
In een studie van prof. Cnossen (9) wordt gesteld dat “accijns op alcohol een redelijk ruw instrument is, dat welvaartsverlies oplevert voor de niet-schadelijke gebruikers en tegelijkertijd het drinkgedrag van de schadelijke gebruikers niet adequaat controleert”
Met andere woorden: de kleine minderheid die niet-verantwoord met alcoholhoudende dranken omgaat, zal zich door een prijsverhoging niet laten weerhouden van onverantwoord drinken.
Het verdient ons inziens aanbeveling een studie te laten verrichten naar de invloed van een minimumprijs voor alcoholhoudende dranken op het voorkómen van misbruik, in plaats van de “pavlovreactie” van het accijnsinstrument.
Indien verondersteld wordt dat een hogere prijs (door accijnsverhoging) het drinkgedrag van jongeren beïnvloedt, willen wij er graag op wijzen dat uit een onderzoek van IVO in 2005 (10) bleek dat 75% van de drinkende jongeren onder de 16 hun drank thuis mogen nuttigen. Bij de “veeldrinkers” in deze groep was het percentage zelfs 90. Een prijsverhoging heeft dus relatief weinig invloed op het drinken door jongeren onder 16 omdat hun ouders het voor hen kopen.
Door de voorgenomen accijnsverhoging, na de accijnsverhoging voor bier met 18% in 2002, zal het reeds bestaande prijsverschil tussen Nederland enerzijds en België en Duitsland (11) anderzijds nog verder toenemen, met negatieve gevolgen voor retail en slijters in de grensstreek. De accijnsverhoging heeft ook een prijsverhogend effect in de Nederlandse horeca.
Tenslotte zij gemeld dat een Nederlandse accijnsverhoging de Europese verhoudingen verder verstoord:
20 (van de 27) Lidstaten kennen een lager accijnstarief voor bier dan Nederland.
Bovendien geldt voor wijn in 16 Lidstaten een nul tarief.
Wij vertrouwen op een continue en vruchtbare dialoog met het Parlement en het nieuwe kabinet en zijn gaarne tot nader overleg bereid.
Hoogachtend,
CENTRAAL BROUWERIJ KANTOOR
H. Wiegel
Voorzitter
1. The contribution made by beer to the European Economy, E & Y, January 2006
2. Van de 12-13 jarigen drinkt 9% wekelijks, bij 14-15 jarigen is dit 25%. Bron: NIGZ factsheet Alcohol en Voeding,
19 januari 2006
3. Meas, Ierland 2004, “Underage drinking is rarely black and white”
4. Zie Gezondheidsraad, richtlijnen goede voeding, 2006, achtergronddocument, hoofdstuk 9
5. CEPS, first year progress report, november 2006, p. 10, zie ook p. 26/27 met een KPMG assurance report
6. Zie brief d.d. 30 mei 2006 van STIVA aan de minister van VWS, de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en de Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets
7. Onderzoek in opdracht van de Zweedse regering door SoRAD, Centrum voor sociaalwetenschappelijk alcohol- en drugsonderzoek, Universiteit van Stockholm, november 2006.
8. Deze Policy beoogt de consumptie per hoofd te doen dalen door 3 beleidsinstrumenten: hoge prijzen, reclameverboden en beperking van verkrijgbaarheid. Het coalitieakkoord spreekt in dit kader betekenisvol van “ontmoedigingsbeleid”, waar de Alcoholnota (2000) deze term had verlaten en rept van “matigingsbeleid”
9. Onder een evenwichtig alcoholbeleid verstaan de brouwers een beleid dat daar waar nodig wordt geregeld via de wet (bijvoorbeeld het verbod tot verkoop aan jongeren onder de 16), daar waar mogelijk door zelfregulering (via de Code) en via voorlichting (Bob, <16 campagne, werkgroep alcohol en jongeren)
10. S. Cnossen, Alcohol Taxation and Regulation in the EU, CPB, November 2006
11. IVO “alcoholgebruik jongeren 2004, januari 2005”
12. Accijns op bier per liter in Nederland: €0,2511 (100); België: €0,2053 (82); Duitsland: €0,0945 (38)
|
|||||||