Spacer Spacer Spacer Spacer Spacer
Etikettering

Etiketteringswetgeving is Europese wetgeving en vindt zijn basis in Europese richtlijn 2000/13. Deze richtlijn is in Nederland omgezet in het Warenwetbesluit Etikettering van Levensmiddelen (WEL).

De huidige richtlijn omschrijft precies wat er op een etiket van een levensmiddel moet komen staan. Bij het etiketteren van levensmiddelen moet u uitgaan van de volgende drie principes:

  • De aanduiding en alle voorgeschreven vermeldingen moeten duidelijk zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar op het etiket of op de verpakking worden aangebracht.
  • Met uitzondering van de vermelding van de productiepartij moet etikettering plaatsvinden in de Nederlandse taal.
  • Aanduidingen, vermeldingen en voorstellingen die onjuist, onvolledig of misleidend zijn, zijn verboden.

In overeenstemming met de richtlijn moet de verpakking van elke voorverpakte eet- of drinkwaar voorzien zijn van tenminste de volgende informatie:

  • de aanduiding
  • een lijst van ingrediënten
  • de netto-hoeveelheid
  • de datum van minimale houdbaarheid
  • de gegevens van de producent, verpakker of verkoper
  • de productiepartij
  • het alcoholgehalte

Aanvullend is het wettelijk verplicht, dat de aanduiding, de netto-hoeveelheid, de datum van minimale houdbaarheid en het alcoholgehalte in hetzelfde gezichtsveld op de verpakking of op het etiket moeten worden aangebracht.

Net als in de richtlijn maakt dit hoofdstuk onderscheid tussen bier < alc. 1,2% vol en bier > alc. 1,2% vol. Hieronder volgen de aanduidingen die verplicht of gewenst zijn op een bier-etiket.

BIER < 1,2% VOL

Verplichte aanduidingen:               

- aanduiding

Hiermee wordt de benaming van het levensmiddel bedoeld, dus het woord ‘bier’ of 'alcohol arm bier'. Uitgangspunt is dat de consument weet om wat voor levensmiddel het gaat.  

- een lijst van ingrediënten

In de vermelding van de ingrediëntenlijst moeten de ingrediënten zonder onderbreking in volgorde van afnemend gewicht worden weergegeven. Dat betekent dus dat het ingrediënt dat in de grootste hoeveelheid in het bier aanwezig is, als eerste wordt vermeld. De ingrediëntenlijst moet worden vooraf gegaan door de vermelding ‘ingrediënten’. Ingrediënten moeten in de lijst worden weergegeven met hun eigen aanduiding.Voorbeeld: Ingrediënten: water, gerstemout, hop.

Let op: kruiden die zijn gebruikt in het brouwproces en waarvoor ontheffing is verleend, dienen ook te worden vermeld!      

- gebruik van vruchten, vruchtensappen resp. aroma’s

Wanneer vruchten of vruchtensappen respectievelijk aroma’s bij de bierbereiding zijn gebruikt dan dient het gebruik van dit ingrediënt of deze ingrediënten op de voorverpakking dan wel op het daarop voorkomend etiket te worden vermeld door hetzij de term “vruchten”, respectievelijk “aroma’(s)”, hetzij een meer specifieke vermelding of een beschrijving van dit (deze) ingrediënt(en).

- additieven

Additieven of hulpstoffen moeten in de ingrediëntendeclaratie worden vermeld met de wettelijk voorgeschreven groepsnaam, gevolgd door de gebruikelijke benaming of het E-nummer van het additief. De groepsnamen voor additieven zijn opgenomen in bijlage II van het warenwetbesluit etikettering. Wanneer een additief meerdere functies in het product vervult en dus onder meerdere groepsnamen zou vallen, dan kiest u voor de categorie van de voornaamste functie die het additief heeft.

Bijvoorbeeld:     - kleurstof: karamel of 

                       - kleurstof: E150 of

                       - kleurstof (E150).

- aroma’s

Bij aroma’s kan worden volstaan met de aanduiding ‘aroma’ in de ingrediëntendeclaratie. Aanvullend aan de aanduiding aroma is het toegestaan een beschrijving van het aroma toe te voegen.

 - de netto-hoeveelheid

Onder netto-hoeveelheid wordt verstaan de hoeveelheid van een eet-of drinkwaar die in elk geval in de verpakking aanwezig is. De netto-hoeveelheid van bier wordt uitgedrukt in liters, centiliters of milliliters. Wanneer u beschikt over een erkend e-wegingssysteem kunt u daarbij gebruik maken van het vermelden van het e-teken. De producten mogen dan worden afgevuld volgens het zogenaamde ‘gemiddelde-principe’. Afhankelijk van de nominale hoeveelheid zijn de grootte van het e-teken, de cijferhoogte en de maximum toegestane afwijkingen van de inhoud in het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (warenwet) vastgelegd. Ook de voorwaarden voor het afvullen volgens het ‘gemiddelde principe’ zijn in dat besluit omschreven. Beschikt u niet over een erkend e-wegingssysteem dan moet u afvullen volgens het ‘minimum’-principe en moet in elke verpakking tenminste de op die verpakking of op het etiket aangegeven hoeveelheid, aanwezig zijn.

Voorbeeld: 33cl e.    

- de datum van minimale houdbaarheid

Met een datum van minimale houdbaarheid garandeert u de kenmerkende eigenschappen en daarmee de kwaliteit van het bier tot die datum. Hierbij dient het product, indien nodig, op passende wijze te zijn bewaart. De vermelding bestaat uit de woorden ‘ten minste houdbaar tot…’ gevolgd door de datum vermeld in dag-maand-jaar, waarbij de maand ook mag worden weergegeven met de gebruikelijke eerste letters van de maand en het jaar mag worden vermeld met de laatste twee cijfers. Voorbeeld: 30-04-09 of 30 april 2009 of 30 april 09 of 30 apr 09 etc.

Indien de houdbaarheidsdatum van een product tussen de drie en achttien maanden na het afvullen ligt, dan kan worden volstaan met de vermelding van de maand en het jaar.

Voorbeeld: ten minste houdbaar tot einde: 04-09 of april 2009 of apr 09 etc.

Voor de vermelding van de datum van minimale houdbaarheid bestaat de mogelijkheid om te verwijzen naar een andere plaats op de verpakking. Voorbeeld: ‘ten minste houdbaar tot einde: zie dop’.

- de gegevens van de producent, verpakker of verkoper

De gegevens van de producent, verpakker of verkoper moeten worden weergegeven met de naam, het adres en de vestigingsplaats. Indien de naam van de producent, verpakker of verkoper wordt weergegeven met de naam van een rechtspersoon, dan kan worden volstaan met de naam en de vestigingsplaats ven deze rechtspersoon. Rechtspersonen zijn ondernemingen die in zo’n geval als besloten vennootschap (BV) of vennootschap onder firma (VOF) bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn ingeschreven.

Voorbeeld: Bier B.V., Den Haag.

- productiepartij

De productiepartij mag in een herleidbare code worden aangebracht en hoeft niet voor de consument leesbaar of begrijpelijk te zijn. Voor deze vermelding zijn in de wetgeving geen beperkingen of andere voorschriften opgenomen. In het kader van Tracking & Tracing is het van groot belang dat een producent een zorgvuldige registratie van de geproduceerde partijen met hun coderingen bijhoudt. De code van de productiepartij is immers vooral van belang wanneer  achteraf blijkt dat er tijdens de productie iets fout is gegaan.

- aanwijzing omtrent het bewaren

Deze vermelding kan luiden ‘gekoeld bewaren’ of ‘bewaren bij ten hoogste 5º C’.                           

- allergenen

Aanwezigheid van allergene stoffen (bijlage III WEL noemt onder meer glutenbevattende granen, sulfieten en zwaveldioxide) dient  te worden gedeclareerd. Voorbeeld: gerstemout of sulfiet (indien meer dan 10 mg/l aanwezig uitgedrukt als SO2). Deze allergene stof moet in de ingrediëntendeclaratie worden vermeld.  Let op: Als bier is verpakt in fusten, dient op de handelsdocumenten de aanwezigheid van allergene stoffen te worden aangegeven.  Uitzondering: Alhoewel isinglass (visolie gebruikt als klaringsmiddel) een allergene stof is, hoeft deze niet gedeclareerd te worden.                 

- kwantitatieve ingrediëntendeclaratie (KWID)

Kwantitatieve ingrediëntendeclaratie is van toepassing indien het ingrediënt (a) voorkomt in de naam van het product, (b) opvallend is vermeld in de etikettering of (c) een essentieel kenmerk is van het product waarmee het van andere producten onderscheiden kan worden. De hoeveelheid van dat ingrediënt moet in percentages worden vermeld in (a) de ingrediëntenlijst of (b) naast de aanduiding van het product. Let op: KWID is niet van toepassing op het gebruik van hop of zoetstoffen. 

Voorbeeld: bier met frambozensap: de hoeveelheid frambozensap moet worden gedeclareerd en een afbeelding van een framboos is toegestaan.

- statiegeld

Indien gebruik wordt gemaakt van retourverpakkingen, dient het woord ‘statiegeld’ dan wel ‘stat.g.’ te worden vermeld op het etiket.

 

Aanbeveling

- alcoholgehalte

Op de verpakking van voorverpakte dranken met een effectief alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumeprocent, moet de vermelding van het alcoholgehalte worden aangebracht. Hier gaat het over producten met een alcoholgehalte van minder dan 1,2 volumeprocent en is dus het vermelden van het alcoholgehalte niet verplicht. Het CBK raadt u echter sterk aan het alcoholgehalte wel te vermelden vanuit een maatschappelijk oogpunt.

- de vermelding met betrekking tot het extractgehalte

Het is niet toegestaan op de voorverpakking of op het daarop voorkomend etiket enige andere vermelding met betrekking tot het extractgehalte te vermelden dan hieronder aangegeven:

Verwijzingskenmerk van de categorie

Extractgehalte van de stamwort van

S

15,5 of hoger

I

11 tot 15,5

II

7 tot 11

III

1 tot 7

Het verwijzigingskenmerk wordt vooraf gegaan door het woord ‘Cat’.

Voorbeeld: Cat I bier.

-          Glasbaklogo

De leden van het CBK hebben afgesproken om op eenmalige verpakkingen het glasbaklogo/litterlogo te voeren.  

Omverpakkingsvoorschriften

- Meerdere portieverpakkingen in een omverpakking

Worden meer portieverpakkingen (bijv. blikjes) in een zogenaamde omverpakking (bijv. een tray) te koop aangeboden, dan dient de volledige, voor voorverpakte levensmiddelen voorgeschreven etikettering ook op die buitenste verpakking te worden aangebracht. Indien op de portieverpakkingen zelf wel de aanduiding en alle overige vermeldingen zijn aangebracht en de buitenste verpakking is transparant, waardoor die opschriften op de portieverpakkingen gemakkelijk leesbaar zijn voor de consument, dan behoeft er geen etikettering meer plaats te vinden op de buitenste verpakking.

- Fusten

Voor grootverpakkingen als fusten geldt een verplicht etiketteringsregime. Het fust zelf dient:

(a) de aanduiding

(b) de productiepartij

(c) de THT

(d) de producentgegevens te vermelden.

Het handelsdocument  dient (a) het alcoholpercentage, (b) netto hoeveelheid en (c) eventuele ingrediënten zoals allergene stoffen te vermelden.   

 

BIER > alc. 1,2% VOL

De etiketteringsregels die gelden voor bier met een alcoholgehalte met minder dan 1,2 volume % zijn hier boven beschreven. Bier met een alcoholgehalte van meer dan 1,2 volume % wijken op een aantal punten hiervan af. Deze afwijkende punten worden hieronder besproken: 

- ingrediëntendeclaratie

Voor bier met een alcoholgehalte van meer dan 1,2% vol is de ingrediëntendeclaratie niet verplicht. De leden van het CBK hebben evenwel afgesproken vrijwillige ingrediëntendeclaratie toe te passen.

- alcoholgehalte

Op de verpakking van voorverpakte dranken met een effectief alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumeprocenten, moet de vermelding van het alcoholgehalte worden aangebracht. Die vermelding moet bestaan uit het symbool % vol voorafgegaan door het werkelijk gehalte dat bepaald moet worden bij 20°C. Het alcoholgehalte mag worden weergegeven met ten hoogste een cijfer achter de komma. De vermelding mag worden voorafgegaan door het woord alcohol of alc.

Bijvoorbeeld: alc. 5% vol

 

Nationale voorschriften

Omverpakkingen en verpakkingen van alcoholhoudende dranken die naar Frankrijk worden geëxporteerd moeten sinds 3 oktober 2007 zijn voorzien van een zwangerschapslogo dan wel een tekstuele waarschuwing voor zwangere vrouwen. Het logo of de waarschuwing moet naast de vermelding van het alcoholpercentage worden opgenomen. Let op: op doorzichtige omverpakkingen hoeft geen logo of waarschuwingstekst te worden afgebeeld. De Franse waarschuwingstekst en het zwangerschapslogo kunt u hiernaast downloaden.         

Tracking & Tracing

De wettelijke eisen rondom traceerbaarheid  worden omschreven in artikel 18 van de General Food Law (EG 178/2002). Deze stelt de volgende eisen: 

 1.              Levensmiddelen en alle andere stoffen die bestemd zijn om in een levensmiddel verwerkt te worden of waarvan kan worden verwacht dat zij daarin worden verwerkt, zijn in alle stadia van de productie, verwerking en distributie traceerbaar.

2.              De exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten kunnen nagaan wie hun levensmiddelen heeft geleverd of andere stoffen die bestemd zijn om in levensmiddelen te worden verwerkt of waarvan kan worden verwacht dat zij daarin worden verwerkt. Hiertoe moeten deze exploitanten beschikken over systemen en procedures met behulp waarvan deze informatie op verzoek aan de bevoegde autoriteit kan worden verstrekt.

3.              De exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten beschikken over systemen en procedures waarmee kan worden vastgesteld aan welke bedrijven zij hun producten hebben geleverd. Deze informatie wordt op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.

4.              Levensmiddelen die in de Gemeenschap op de markt worden of vermoedelijk zullen worden gebracht, worden met het oog op hun traceerbaarheid adequaat geëtiketteerd of gekenmerkt door middel van relevante documentatie of informatie overeenkomstig de desbetreffende voorschriften van meer specifieke bepalingen;

5.              Bepalingen voor de toepassing van de leden 1 t/m 4 met betrekking tot bepaalde sectoren kunnen volgens de procedure van artikel 58, 2e lid, worden vastgesteld. 

Artikel 18 uit de General Food Law (bovenstaand artikel gaat in de General Food Law ook over diervoeders en voedselproducerende dieren, maar hier is de tekst beperkt tot levensmiddelen.) 

Een producent van bier wordt hiermee verplicht om een stap terug en een stap vooruit te kunnen traceren:

·                      Na te kunnen gaan wie hen bepaalde grondstoffen heeft geleverd;

·                      Na te kunnen waar de geproduceerde eindproducten zich bevinden.

Een producent moet daarom beschikken over systemen en procedures waarmee deze informatie op verzoek aan de bevoegde autoriteit kan worden verstrekt. 

Interne traceerbaarheid wil zeggen: het kunnen koppelen van ontvangen grondstoffen aan de geproduceerde eindproducten die het bedrijf weer verlaten. Interne tracering is niet verplicht, maar kan de omvang van een crisis / calamiteit en daarmee ook de omvang van een terughaalactie aanzienlijk beperken. 

Traceerbaarheid van levensmiddelen kan geregeld worden via handmatige registraties, maar dit is erg bewerkelijk. In het huidige digitale tijdperk wordt traceerbaarheid vaak geregeld via geautomatiseerde informatiesystemen. Er zijn diverse informatiesystemen beschikbaar. Het voert te ver om alle mogelijke informatiesystemen te beschrijven; indien een producent hier meer over wil weten, kan contact worden opgenomen met een leverancier van dergelijke systemen.  

Het is gebruikelijk het systeem of de procedure traceerbaarheid regelmatig (bijv. 1 x per jaar) te testen, waarbij een bedrijf er verstandig aan doet om ook af en toe een leverancier en/of klant te betrekken bij een traceerbaarheidstest.  

Voor meer informatie over traceerbaarheid, zie de website van de VWA (www.vwa.nl), voedselveiligheid, veilig produceren, melden en traceren.

  Nieuws    |    Links    |    FAQ    |    Centraal Brouwerij Kantoor    |    CBK leden    |    Contact    |    Home