Welke drank we in Nederland bier mogen noemen is vastgelegd in de Bierverordening van het Productschap Dranken. Onder bier wordt verstaan:
“de drank verkregen na alcoholische gisting van wort, hoofdzakelijk bereidt uit zetmeel- en suikerhoudende grondstoffen, hop - eventueel in verwerkte vorm- en brouwwater, met dien verstande dat tenminste 60 % van de wort afkomstig is van gerste- en/ of tarwemout.”
Hieronder staat het proces van het bierbrouwen kort beschreven. Maar allereerst staan we kort stil bij de ingrediënten die nodig zijn om bier te brouwen.
INGREDIËNTEN
Voor het brouwen van bier zijn drie ingrediënten nodig, en gist om alcohol en koolzuur te vormen.
WATER
Het belangrijkste ingrediënt van bier is water. Meer dan 90% van bier bestaat uit water. Om goed bier te kunnen brouwen is zuiver water nodig. Afhankelijk van het soort bier mag dit water sporen van mineralen bevatten.
GRAAN
Het tweede ingrediënt is graan. Voor de meeste bieren gebruikt de brouwer brouwgerst. Dit is een gerst die speciaal wordt geteeld voor het brouwen van bier. Brouwgerst bevat veel zetmeel en maar weinig eiwitten. Ook andere granen zijn geschikt om bier mee te brouwen. Het bekendste is tarwe, dat een belangrijk bestanddeel vormt voor witbier. Ook haver, mais en zelfs rijst kan gebruikt worden om bier mee te brouwen.
HOP
Hop is een klimplant die van nature in Nederland voorkomt. De brouwer gebruikt de bloemetjes van de vrouwelijke hopplant om bier de kenmerkende bittere smaak te geven.
Naast hop kan de brouwer er voor kiezen om ook andere smaakmakers in het bier te gebruiken. Denk hierbij aan kruiden als anijs, koriander of zoethout. Ook vruchten, al dan niet bewerkt, worden in sommige bieren gebruikt. De bekendste voorbeelden zijn sinaasappelschil in sommige witbieren of kersen in kriek. Onmisbaar voor het maken van bier is gist. Gist is een eencellige schimmelsoort die in staat is om suikers om te zetten in alcohol en koolzuurgas. Als de gist in het bier achterblijft is het bier troebel. Voor heldere bieren is de gist voor het afvullen gefiltreerd.
BROUWEN VAN BIER
MOUT
Om gerst voor het brouwen van bier geschikt te maken, wordt het eerst gemout. Tijdens het mouten ontstaan enzymen die zetmeel om kunnen zetten in suikers. Die suikers gebruikt de gist later weer om alcohol en koolzuurgas te vormen. Bij het mouten wordt de gerst eerst geweekt in water. Als het graan zich helemaal heeft volgezogen krijgt het de kans om in warme kamers te ontkiemen. Tijdens de kieming vormt de graankorrel enzymen die in staat zijn het aanwezige zetmeel om te zetten in suikers. Die enzymen heeft de plant nodig om te groeien. De mouter is niet geinteresseerd in gerstplantjes, dus zodra de eerste worteltjes zichtbaar zijn stopt hij het kiemingsproces. Dat doet hij door de graankorrels bij hoge temperatuur te drogen. Daardoor stoppen alle levensprocessen. Het resultaat heet mout. Hoe hoger de temperatuur bij het drogen is, des te donkerder de mout. De kleur van de mout bepaalt ook de kleur van het bier. Bovendien heeft de mout een belangrijke invloed op de uiteindelijke smaak van het bier.
De brouwer maalt de mout en mengt het met warm water. In het beslag dat zo ontstaat, worden de enzymen in de mout weer actief en breken het aanwezige zetmeel verder af tot suikers. Die suikers lossen op in het water. Als alle zetmeel is omgezet filtert de brouwer de vloeistof op het kaf van de gerst.
WORT
De heldere vloeistof die zo ontstaat heet wort. Het kaf dat als filter heeft gediend (bostel), is een waardevolle voeding voor rundvee. De wort gaat in de brouwketel en wordt aan de kook gebracht. Tijdens het koken voegt de brouwer hop toe om het bier zijn kenmerkende aroma te geven. Na het koken is het zaak het bier zo snel mogelijk af te koelen voor de gisting. Er zijn twee verschillende manieren om bier te vergisten. Wanneer de gisting plaatsvindt bij kamertemperatuur rijst de gist langzaam naar boven.
GIST
De gist komt als een deken op het bier drijven. Deze methode wordt hoge gisting of bovengisting genoemd. Wanneer de temperatuur laag wordt gehouden zakt de gist naar beneden. Om die reden het dit ondergisting of lage gisting. Ons bekende pilsje is een ondergistend bier. Tijdens de gisting zet de gist de aanwezige suikers om in alcohol en koolzuurgas. Als de omzetting compleet is moet het bier nog enkele dagen tot weken rijpen, voordat het klaar is om te drinken.